Begrippenlijst

Actieve deelnemer: de werknemer die pensioen opbouwt via de pensioenregeling.

Actuariële en Bedrijfstechnische Nota (ABTN): een door de wet voorgeschreven nota waarin de hoofdlijnen van de pensioenregelingen, de actuariële grondslagen, de financieringsopzet, de sturingsmiddelen, het beleggingsbeleid en de organisatorische opzet van het pensioenfonds zijn beschreven.

Actuariële korting: als je jouw pensioen eerder in laat gaan dan de officiële ingangsdatum, wordt het pensioen actuarieel gekort. Het pensioen wordt dan, rekening houdend met rente en sterftekansen, verlaagd.

Afkoop: als een pensioen niet wordt uitgekeerd in maandelijkse termijnen, maar in één keer.

Er mag alleen worden afgekocht als:

  • het opgebouwde ouderdomspensioen klein is.  Je pensioenuitvoerder kan dit pensioen twee jaar na beëindiging afkopen;
  • het partnerpensioen bij ingang klein is;
  • het bijzonder partnerpensioen waarop je na scheiding recht hebt klein is;

Voor 2019 bedraagt de afkoopgrens voor pensioen € 484,09.

Algemene nabestaandenwet (Anw): de Anw voorziet in een uitkering aan je partner als jij komt te overlijden. In sommige gevallen is er ook een uitkering voor je gewezen partner. Er is recht op een Anw uitkering indien de nabestaande aan één van de volgende voorwaarden voldoet:

  • je bent geboren vóór 1950, of
  • je hebt een kind onder de 18 jaar, of
  • je bent voor tenminste 45% arbeidsongeschikt

Indien je partner kinderen onder de 18 verzorgt, heeft je partner recht op een halfwezenuitkering. Deze uitkering is onafhankelijk van het inkomen van je partner. Ook voorziet de Anw – tot een bepaalde leeftijd – in een uitkering voor je kinderen als die ouderloos zijn geworden.

meer info is te vinden op www.svb.nl

Algemene Ouderdomswet (AOW): ouderdomsvoorziening waarop doorgaans iedere inwoner van Nederland recht heeft. De hoogte van de AOW is afhankelijk van je leefsituatie. Iedere burger die in Nederland woont, bouwt AOW op. Wanneer je langere tijd in het buitenland woont, heeft dit gevolgen voor de hoogte van de AOW. Meer info over de AOW is te vinden op www.svb.nl

ALM: afkorting van Asset Liability Management, het afstemmen van de beleggingsmix op de verplichtingen. Het uitvoeren van een ALM-studie kan een pensioenfonds behulpzaam zijn bij het kiezen van de juiste beleggingsmix.

Cdc regeling: CDC staat voor Collective Defined Contribution. Dit betekent dat er een collectieve vaste premie is afgesproken die wordt gebruikt om jaarlijks de pensioenopbouw in te kopen.

Contante waarde: de waarde op dit moment van een toekomstige geldstroom, rekening houdend met een bepaalde rentevoet en – als het gaat om pensioenuitkeringen – actuariële grondslagen.

Continuïteitsanalyse: analyse waarbij de financiële opzet en positie van het pensioenfonds voor de lange termijn wordt beoordeeld.

Conversie: de omzetting van pensioenaanspraken. Ook de persoon van de verzekerde kan bij conversie worden gewijzigd. Dit laatste is het geval als bedoeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, waarin is bepaald dat de contante waarde van de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, en de contante waarde van het bijzonder partnerpensioen worden omgezet in een aanspraak op ouderdomspensioen voor de gewezen partner.

Deelnemersjaren: het aantal jaren dat je hebt deelgenomen aan de pensioenregeling.

Dekkingsgraad: de verhouding tussen de contante waarde van alle pensioenaanspraken en het aanwezige vermogen.

De dekkingsgraad wordt als graadmeter gezien voor de mate van zekerheid dat de toegezegde pensioenen ook daadwerkelijk kunnen worden uitbetaald.

De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste 12 dekkingsgraden.

De Nederlandsche Bank (DNB): De Nederlandsche Bank is toezichthouder op onder andere pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen.

Gewezen partner: als gewezen partner kun je na het overlijden van je ex recht hebben op een partnerpensioen. Als je ex met pensioen gaat kun je recht hebben op een deel van zijn ouderdomspensioen.

Factor A: de factor die aangeeft wat de pensioenaangroei is geweest in een bepaald jaar. Als je een lijfrente hebt afgesloten heb je de factor A nodig om te kunnen berekenen hoeveel premie je kunt aftrekken van de belasting (jaarruimte).

Financieringsovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst tussen de werkgever en het pensioenfonds met betrekking tot onder meer de financiering van de pensioenverplichtingen.

Flexibele pensionering: regeling waarbij men als deelnemer, binnen bepaalde grenzen, zelf de pensioeningangsdatum kan kiezen.

Franchise: het deel van je salaris dat niet meetelt voor de opbouw van pensioen. Je krijgt immers later ook AOW, dus je hoeft niet over het gehele salaris pensioen op te bouwen. Het franchisebedrag is afgeleid van de AOW.

Geregistreerd partnerschap: een samenlevingsverband dat bij de burgerlijke stand als zodanig is geregistreerd. Een geregistreerde partner is in pensioenregelingen gelijkgesteld met een huwelijkspartner.

Gewezen deelnemer: als deelname aan de pensioenregeling is gestopt doordat je niet langer bij het bedrijf of in de bedrijfstak werkt. Je houdt recht op wat is opgebouwd, maar bouwt niets meer op. Ook slaper genoemd.

Hoog/laag-constructie: constructie waarbij je kunt kiezen voor een hogere uitkering in de eerste jaren van je pensioen en daarna een lagere, of omgekeerd.

Jaarruimte: de mogelijkheid die er is om een lijfrentepremie in aftrek te brengen op het belastbaar inkomen, hiervoor heb je de factor A nodig.

Keuzerecht: het recht om uiterlijk op de pensioendatum het opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger ouderdomspensioen (zie ook uitruil).

Lijfrente: aanspraak op een reeks vaste periodieke uitkeringen, die uiterlijk bij overlijden eindigt. Te vergelijken met een uitkering uit een pensioenregeling. De aanspraak is afhankelijk van het leven van één of meerdere personen.

Lijfrentepremieaftrek: de premie betaald voor een lijfrenteverzekering kan onder bepaalde voorwaarden in mindering worden gebracht op het belastbaar inkomen. Over de lijfrente-uitkering moet te zijner tijd belasting worden betaald.

Middelloonregeling: bij een middelloonregeling wordt bij de opbouw van het pensioen uitgegaan van het gemiddelde pensioengevend salaris over de duur van het deelnemerschap.

Opbouwpercentage: per jaar bouw je een deel van je uiteindelijke pensioen op. In onze pensioenregeling is het opbouwpercentage 1,875%.

Overlevingstafel: een overlevingstafel geeft aan wat de levens- en sterftekansen van mannen en vrouwen zijn afhankelijk van de bereikte leeftijd. De overlevingstafels worden door actuarissen gebruikt bij hun berekeningen van de pensioenpremies.

Ouderdomspensioen: het ouderdomspensioen wordt in maandelijkse termijnen uitgekeerd, vanaf de pensioendatum tot het overlijden van de gepensioneerde.

Partnerpensioen: het pensioen voor de achterblijvende partner. Wordt uitgekeerd vanaf je overlijden tot het overlijden van je partner. In het verleden sprak men van weduwepensioen en later ook van weduwnaarspensioen.

Pensioenbreuk: kan ontstaan als je van werkkring verandert, en daardoor van pensioenregeling. Het opgebouwde pensioen bij de vorige werkgever wordt soms niet volledig aangepast aan de prijs- of loonontwikkeling. Dat betekent verlies van koopkracht. Een oplossing hiervoor kan zijn dat de opgebouwde pensioenaanspraken worden overgedragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder.

Pensioendatum: de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat.

Pensioengrondslag: het salaris min de franchise. De pensioengrondslag is het bedrag waarmee je pensioen wordt berekend. De pensioenpremie is uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag.

Pensioenreglement: document waarin staat omschreven hoe de pensioenregeling in elkaar steekt, wat de rechten en plichten zijn van jou en de pensioenuitvoerder.

Pensioenuitvoerder: de instantie die de pensioenregeling uitvoert (administratie, beleggen van pensioengelden, uitkeren van pensioen).

Pensioenverevening: verdeling van het ouderdomspensioen bij echtscheiding. De gewezen partner heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd.

Premie: het bedrag dat de werkgever aan de pensioenuitvoerder moet betalen om je pensioen te financieren.

Premievrije aanspraak: als je niet meer meedoet aan de pensioenregeling, heb je recht op het pensioen dat al is opgebouwd. Daar hoeft geen premie meer voor te worden betaald. Vandaar de term premievrije aanspraak. Als in de pensioenregeling de ingegane pensioenen worden geïndexeerd, worden ook de premievrije aanspraken van de gewezen deelnemers geïndexeerd.

Slaper: premievrije, nog niet gepensioneerde deelnemer.

Tijdelijk partnerpensioen: tijdelijke verhoging van het partnerpensioen.

Toeslagverlening: verhoging van het pensioen naar aanleiding van prijsstijging of loonontwikkeling. Men noemt dit ook wel indexering. Toeslagverlening is altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen een toeslag wordt verleend als er voldoende financiële middelen zijn.

Uitruil: de mogelijkheid om als deelnemer het opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen in partnerpensioen.

Waardeoverdracht: het is mogelijk elders opgebouwde pensioenen mee te nemen naar een nieuwe pensioenuitvoerder. Waardeoverdracht kan een middel zijn tegen pensioenbreuk. Het gaat hier altijd om een individuele waardeoverdracht.